Een aantal maanden geleden las ik in een nieuwsbericht dat wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat er een sterk verband bestaat tussen bezuinigingen en (de uitbraak van) sociale onlusten. Toevalligerwijs vonden er op dat moment in het centrum van Londen hevige rellen plaats, waarbij ontevreden jongeren alles wat los en vast zat plunderden en sloopten. De timing van de publicatie van het onderzoek kon bijna niet beter. Eén aspect van het nieuwsbericht intigreerde mij in het bijzonder: het onderzoek toonde ook aan dat het verband tussen belastingverhogingen en sociale onlusten veel minder sterk was. Betekent dat nu dat je als overheid in tijden van financiële nood beter de belastingen kunt verhogen, dan te snoeien in de uitgaven?
In de gemeente Kaag en Braassem staan we als gemeenteraad voor de moeilijke opdracht om de gevolgen van de economische crisis succesvol het hoofd te bieden. Bezuinigingen door het Rijk, tegenvallende inkomsten uit bouwleges, lagere rendementen op de Nuon-miljoenen en een groter beroep op de bijstand. Het zijn zo maar wat voorbeelden waardoor de balans van het gemeentelijk huishoudboekje uit het lood dreigt te geraken. Normaliter pak je de directe oorzaken aan, zodat de gevolgen zich niet meer voordoen. Probleem is echter dat het hier voornamelijk oorzaken van externe aard betreft, waar we als lokaal gemeentebestuur betrekkelijk weinig invloed op uit kunnen oefenen. Het enige wat dan rest is rekening te houden met de gevolgen: op initiatief van de VVD wordt bijvoorbeeld in de gemeentebegroting nu rekening gehouden met structureel lagere bouwlegesinkomsten. Ook willen we dat de Nuon-miljoenen niet meer worden belegd in een beleggingsfonds, maar op een bankrekening worden gezet. Liever een lager rendement tegen meer zekerheid, dan hevig fluctuerende inkomsten.
Dat is echter niet voldoende, want het huishoudboekje moet wel sluitend zijn. En rekening houdend met de huidige ontwikkelingen, is dat niet het geval. Dat betekent dus snoeien in de uitgaven en/of de inkomsten verhogen. En dat is ook waar de gemeenteraad dit najaar het hoofd over zal gaan breken. Het College van Burgemeester & Wethouders heeft in de zomer al een eerste voorzet gegeven. In het kader van de Kerntakendiscussie is het College met een pakket aan voorstellen gekomen, dat tot een kostenbesparing van 2,25 miljoen euro moet leiden (te bereiken in 2015). Dit pakket aan voorstellen bevat zowel besparingen, als het verhogen van de inkomsten. Naast dat de gemeente voornemens is om in het eigen vlees te snijden (lagere kosten ambtenaren, lagere vergoeding raads- en burgerleden), gaat ook het mes in de subsidies. De voorgestelde besparingen op de subsidies hebben al tot heel wat onrust geleid bij (sport)verenigingen en andere organisaties die daarvan gebruik maken. De gemeenteraad heeft een groot aantal brandbrieven ontvangen, er worden handtekeningenacties opgezet, en onder het mom van “spreken is zilver, zwijgen is goud” (een adagium wat soms tijdens gemeenteraadsvergaderingen ook wel eens ingang zou mogen vinden) vindt er iedere zaterdag voor het gemeentehuis een lezend protest plaats.
Daarmee kom ik weer terug bij het begin van mijn verhaal: als belastingverhogingen tot minder sociale onrust leiden dan besparingen, kun je dan als overheid niet veel beter de belastingen verhogen i.p.v. te besparen? Uit de brieven en discussies maak ik op dat veel van de (sport)verenigingen en organisaties die getroffen worden door de voorgestelde subsidiemaatregelen terughoudend zijn om dit door te rekenen aan hun leden/afnemers. Als inwoner kun je je echer afvragen wat je liever zou hebben: 100 euro meer aan contributie, of 100 euro meer aan belasting. Voor je portemonnee maakt het niets uit: in beide gevallen ben je 100 euro meer kwijt. Voor je keuzevrijheid maakt het echter wél heel veel uit: de 100 euro meer aan belasting moet je betalen, of je nu wilt of niet, maar bij een contributieverhoging van 100 euro van je sportclub of vereniging heb je de vrijheid om te kiezen voor een alternatief: een andere club of vereniging, een andere vrijetijdsbesteding, of zelfs stoppen. Die keuzevrijheid kan je dus maximaal 100 euro opleveren, en daardoor ga je ook kritischer nadenken over je uitgaven: wat is die sportclub of vereniging mij nu eigenlijk waard, wat heb ik er voor over? Natuurlijk, dit voorbeeld is maar een zeer versimpelde weergave van de werkelijkheid, maar het geeft naar mijn mening perfect weer waarom belastingverhogingen niet de oplossing zijn, ook al leiden besparingen wellicht tot meer onrust. In het najaar zal het blijken. Dan beslist de gemeenteraad over het voorstel van het College. Of iedereen tevreden zal zijn met de uiteindelijke keuzes valt sterk te betwijfelen, maar één ding weet ik wel zeker: het is absoluut geen sprookje, maar als fractie van VVD Kaag en Braassem gaan we ons uiterste best doen om het gemeentelijke huishoudboekje met een ‘eind goed, al goed’ te laten eindigen!